Lees- en schrijfvaardigheid vmbo’ers kan beter

TAALONDERWIJS MOET STRATEGISCHER EN BETEKENISVOLLER

Door: Ilona de Milliano, Universiteit van Amsterdam

Mijn onderzoek haalt vooroordelen over vmbo’ers onderuit. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, tonen vmbo’ers zich wel degelijk betrokken bij lezen en schrijven op school en verbeteren hun lees- en schrijfvaardigheid in de loop van hun opleiding. Vooral hun sterke vertrouwen in eigen vaardigheden was onverwacht.

Toch is uit mijn onderzoek niet gebleken dat vmbo’ers die meer betrokken zijn, ook beter presteren of zich meer ontwikkelen dan klasgenoten die minder betrokken zijn. Dit is opvallend en druist in tegen onze intuïtie. Je zou zeggen dat als je meer betrokken bent bij wat je doet, je jezelf ook meer verbetert. We moeten ons dan ook afvragen of vmbo’ers op de juiste manier betrokken zijn en of het huidige (taal)onderwijs die betrokkenheid optimaal stimuleert.

Volgens wetenschappers is betekenisvol en strategisch taalonderwijs nodig om leerlingen optimaal bij lezen en schrijven te betrekken. Betekenisvol taalonderwijs houdt in dat het onderwijs functioneel, contextrijk, interactief en vakoverstijgend is. Zo sluit je aan bij de interesse en behoeften van leerlingen en wordt actief taalgebruik gestimuleerd. Strategisch taalonderwijs houdt in dat er aandacht is voor de manier waarop leerlingen hun lees- en schrijftaken aanpakken. Helaas heb ik op basis van vele lesobservaties moeten vaststellen dat er nog een grote kloof bestaat tussen de theorie en de praktijk.

Koppeling met andere vakken
Tekstboeken bevatten weliswaar teksten en opdrachten die ontleend zijn aan de belevingswereld van jongeren, maar blijven op het moment dat ze worden gebruikt betekenisloos en willekeurig. Willen we vmbo’ers motiveren, dan moeten we écht nog een stap verder gaan. Zelf denk ik aan het koppelen van zaak- en taalvakken. Bijvoorbeeld een filmverslag schrijven naar aanleiding van een filmbezoek bij Culturele Vorming. Of het schrijven van een sollicitatiebrief oefenen wanneer leerlingen daadwerkelijk op zoek gaan naar een stageplaats of vakantiebaantje.

Dit vraagt om onderwijs dat individuele vakken overstijgt. Het betekent echter niet dat zaakvakdocenten taaldocenten moeten worden. Het is ook niet nodig dat het vak Nederlands ondergeschikt wordt gemaakt aan de zaakvakken. Wèl vereist het dat curricula naast elkaar worden gelegd en dat wordt bekeken waar samenwerking functioneel is. Een doordacht en goed getimed curriculum is allesbepalend om vmbo’ers betrokken te krijgen.

Samenwerkend leren
In de lesobservaties zag ik ook dat vmbo’ers veelal zelfstandig en alleen uit hun tekstboeken werken. Van échte samenwerking en talige interactie was weinig sprake. Het is veel beter en motiverender wanneer leerlingen samenwerkend leren. Dit biedt ruimte voor natuurlijke interactie en taalproductie. Leerlingen oefenen in een veilige situatie met taal waarin ze elkaar kunnen ondersteunen en van goede en slechte voorbeelden voorzien. Wat de één niet weet, vult de ander aan.

Uitbreiding repertoire lees- en schrijfstrategieën
Uit mijn hardop-denk studies werd duidelijk dat vmbo’ers weinig strategisch lezen en schrijven en dat leerlingen die dit wel doen duidelijk beter presteren. Uitbreiding van het repertoire aan lees- en schrijfstrategieën is daarom nodig. In lessen Nederlands die ik observeerde was er echter nog weinig aandacht voor. De nadruk lag vooral op technisch lezen, spelling en grammatica. Dit is zonde van de tijd. Internationaal onderzoek heeft duidelijk aangetoond dat zwakke lezers en schrijvers veel meer gebaat zijn met meer kennis van lees- en schrijfstrategieën. Het hardop voordoen is een effectieve manier gebleken. Bij deze aanpak introduceren docenten een strategie en vertellen ze over het doel en het gebruik ervan. Zodra leerlingen meer vertrouwd raken met de strategieën, kunnen zij van elkaar leren door met elkaar over hun aanpak en de moeilijkheden die ze tegenkomen van gedachten te wisselen.

Naast vertrouwen geven ook uitdagen
Een groot zelfvertrouwen is niet per se een stimulans om je uiterste best te doen. “Ik kan toch al lezen en schrijven? Waarom moet ik dit dan nog zo vaak oefenen?” is wat vmbo’ers vaak zeggen. Blijkbaar is voor hen niet duidelijk wat er nog allemaal te verbeteren valt. Dit is voor hen ook moeilijk wanneer je cijfers op het vmbo in vergelijking met die op basisschool plotseling best hoog zijn. Wat weer een direct gevolg is van lesmateriaal dat is afgestemd op hun niveau. Een realistisch beeld van hun vaardigheid ontbreekt, waardoor een gevoel van urgentie ontbreekt. Om je uiterste best te doen, is het zaak dat het onderwijs niet alleen vertrouwen geeft, maar ook uitdaagt.

Ook al zijn deze aanbevelingen niet nieuw, toch heeft mijn onderzoek laten zien dat ze onze aandacht nog steeds verdienen. Een gezamenlijke inspanning van wetenschappers, methodemakers en docenten naar strategischer en betekenisvoller taalonderwijs is nodig om de betrokkenheid van leerlingen te verbeteren en zo de lees- en schrijfontwikkeling van vmbo’ers optimaal te stimuleren.

Nieuwsgierig naar het onderzoek van Ilona? mail haar op IlonadeMilliano@gmail.com