Het nut van de antropoloog

“WE ZIJN GEEN EXPERTS, MAAR ONDERSTEUNEN DE DIALOOG”

Door: Florine Meijer

Op vrijdag 29 november vond in het Tropenmuseum een symposium plaats onder de titel ‘Why the world needs anthropologists’, georganiseerd door de VU in samenwerking met de Universiteit van Ljubljana. De wereld heeft antropologen nodig, dus. Maar deze boodschap was meer naar binnen gericht, naar de antropologen in de zaal, dan naar die buitenwereld.

Zoals op te maken valt uit de vele boeken over corporate en busisness antropologie, heeft de buitenwereld de laatste jaren best in de gaten gekregen dat antropologen nuttig zijn, merkte Simon Roberts op in zijn presentatie, die vooral een pep-talk voor de aanwezige studenten leek. Toch had Jitske Kramer eerder gememoreerd hoe zij na haar afstuderen het advies kreeg bij sollicitaties maar niet te vertellen dat ze antropoloog was. Die werden immers nooit aangenomen. En hoe bij een alumni-bijeenkomst maar een derde de hand opstak bij de vraag wie zich nog antropoloog noemde. Alsof je je alleen antropoloog mag noemen als je in de wetenschap of het ontwikkelingswerk zit, de klassieke werkvelden.

Wat antropologen de wereld vooral te bieden hebben, volgens de sprekers op dit symposium, is hun manier van kijken. Door observeren, meedoen, praten met de natives, (of dat nu stamleden zijn, medewerkers of mogelijke klanten) komen ze meer te weten over de organisatie, de cultuur, de waarden, behoeftes en problemen, en ook mogelijke oplossingen. Deze kwalitatieve methodes leveren geen cijfers op, zoals de kwantitatieve methodes van bijvoorbeeld psychologie, maar verhalen, en ze geven antwoord op vragen naar het hoe en waarom.

Kramer liet in een sprankelende presentatie zien hoe zij als consultant voor het bedrijfsleven de antropologische methode van observeren en interviewen gebruikt om de cultuur van een organisatie of bedrijfsonderdeel te begrijpen en te verwoorden. Net als bij de spreekwoordelijke Afrikaanse stam gaat dat in termen van leiderschap, rangorde met bijbehorende tekenen van macht (lease-auto), vaste gedragsregels en rituelen, de inrichting van de ruimte (kantoortuin) etc. Ze maakt zo dialoog over de bedrijfscultuur en cultuurverandering mogelijk.

Ook de eerste spreker Anna Kirah gebruikt een antropologische blik op het bedrijfsleven, en dan vooral voor people-centered design van producten en diensten. Voor de verbetering van de luchthaven van Oslo sprak ze met medewerkers op de werkvloer aan wie nog nooit was gevraagd wat hun opviel, met reizigers die zich vooral afvroegen waar hun gate toch was, en met de ontwerpers van de bewegwijzering. De kracht van antropologen is volgens haar dat zij de dingen altijd van meerdere kanten bekijken, en altijd het perspectief van de native proberen te zien. Een bijkomend effect is dat je nooit helemaal in de organisatie zit, maar altijd op de rand verkeert, met een been in de buitenwereld. Working on the edge.

Antropologen zijn getraind om door de ogen van de ander naar een situatie te kijken, om dingen van alle kanten te bekijken, meerdere perspectieven te gebruiken. Volgens Kirah begrijpen ze daarom de waarde van nederigheid: we zijn geen experts, maar ondersteunen de dialoog. Dat relativisme kan naar twee kanten toe doorslaan, soms zelfs tegelijkertijd. Het leidt dan tot een te grote bescheidenheid (want hoezo zijn antropologen geen expert?) en/of tot overschatting van je unieke positie als nederige, inlevende, open-minded, ethische idealist. Dit laatste werd soms zichtbaar tijdens de paneldiscussie, waar naast vragen naar ethische keuzes als je in het bedrijfsleven werkt (zeker in zoiets als marketing) ook verzuchtingen hoorbaar waren om nu eens op te houden met te doen alsof alleen antropologen daarmee te maken zouden hebben.

Waarom is die ethische discussie zo heftig? Ik denk dat het te maken heeft met de wortels van het vak, en de motieven van mensen om zich erin te verdiepen. De gemiddelde antropoloog heeft dat vak uit idealistische motieven gekozen: begrip tussen mensen en culturen vergroten, de wereld verbeteren. Maar de wortels van het vak zitten ook in het kolonialisme: bestuderen van ‘primitieve culturen’ van de koloniën. Het Tropenmuseum, waar het symposium plaats vond, is opgericht als koloniaal museum. Dan blijkt bovendien dat ontwikkelingswerk, als toegepaste antropologie, meer ethische dilemma’s oplevert dan gedacht en minder goed werkt dan gehoopt. Sta je daar met je idealisme.

Maar kan je dan als antropoloog wel zonder schuldgevoel in het bedrijfsleven werken, en je kennis van menselijke behoeften inzetten voor het verkopen van producten die we niet nodig hebben, die worden geproduceerd zonder aandacht voor mens en milieu? Ja, zei Simon Roberts, en zeur niet. Er zijn belangrijke problemen in de wereld, van klimaatverandering tot overgewicht, en jij kunt helpen bij de oplossing. En Anna Kirah maakte er een punt van te werken aan producten en diensten die nuttig, waardevol, relevant en wenselijk zijn. De wereld heeft antropologen nodig, dus ga eropuit!